Tien jaar VN-verdrag Handicap

Op 11 juni was het congres ‘Gewoon Gelijk’ in Den Haag in New Babylon te midden van verschillende ministeries. Voor deze locatie is niet zomaar gekozen, want inmiddels is het tien jaar geleden dat Nederland het VN-verdrag Handicap ratificeerde. In die tien jaar is er veel gebeurd, maar er is ook zeker nog veel werk aan de winkel. Ook dat werd duidelijk. Vanuit het Zelfregiecentrum waren we ook goed vertegenwoordigd.
’s Middags waren er verschillende panels. Positieve voorbeelden laten zien dat het belangrijk is om samen op te groeien. Zo is er in Dieren een inclusieve speeltuin. Zo zijn er speeltoestellen die je kunt voelen en is er bijvoorbeeld een ligschommel. Kinderen met en zonder beperking kunnen er samen spelen. In Drenthe merken ze dat steeds meer kinderen gebruikmaken van speciaal onderwijs. Er is gekozen om kinderen zoveel mogelijk samen naar school te laten gaan. Kinderen leren van elkaar en dan is het ineens ‘heel gewoon’.
Ook het voorbeeld van Yunqi (ambassadeur van het gehandicapte kind) laat dat zien. Door een aantal aanpassingen en medewerking van de schooldirecteur kan zij ‘gewoon’ naar school. ‘Begin gewoon en kijk wat je tegenkomt.’
Na de ratificatie was er veel aandacht voor de positie van mensen met een beperking in de samenleving, mede door de aandacht in de media. “Inmiddels is deze aandacht weggezakt en mis ik de zichtbaarheid van mijzelf in de samenleving” zegt Amber Bindels, lobbyist voor het VN-verdrag handicap vanaf eerste uur. “Daardoor wordt het meer overleven in plaats van leven.” Voor zowel Amber als Alija van Maenen is de aandacht voor bestaanszekerheid belangrijk. Alija is moeder van een zorgintensief kind. Om voor haar kind te zorgen is ze gestopt met werken. Hierdoor valt veel inkomen weg en bouwt ze bijvoorbeeld geen pensioen op.
Aan die zichtbaarheid probeert Lucille Werner, oud Tweede Kamerlid en presentator wat te doen samen met de omroep AVRO-TROS. In haar rol als presentator begon het heel simpel door het loopje van de ene tafel naar de andere tafel in beeld te brengen tussen de laatste ronde en de finale van het wel bekende spelletje. Nu zet ze zich actief ervoor in dat ook mensen voor en achter de schermen een rol hebben. Dat lukt gelukkig ook steeds vaker. De mediawet help daar ook bij. Hierin is op opgenomen dat de NPO een representatie van Nederland moet zijn.
Later de middag kwam Reinier van Zutphen langs. Om te zorgen dat iedereen gelijkwaardig mee kan doen, zal er voor sommige mensen wat meer te doen zijn. Via de Participatiewet en de Wmo hebben de gemeenten veel zorg en ondersteuningstaken erbij gekregen. Het idee was om zo de ondersteuning dichter bij de mensen te organiseren. Doordat de gemeenten vaak samenwerken om deze taken te organiseren, raakt de ondersteuning juist weer verder bij de mensen vandaan. Zo ontstaat de ‘decentralisatieparadox’. Ook krijgt hij veel vragen over de verschillen tussen gemeenten. In de ene gemeente krijg je wel die ene rolstoel terwijl iemand in dezelfde omstandigheid in de gemeente 10 kilometer verderop dezelfde rolstoel niet krijgt. Hij pleit ervoor dat Den Haag een bepaalde standaard aan voorzieningen vaststelt. Op deze manier ontstaan er minder verschillen tussen de gemeenten.
Directeur Maatschappelijke Ondersteuning bij VWS Maartje Roelofs reflecteerde op de dag en zei dat de bestaanszekerheid voor mensen met een beperking echt de aandacht heeft van het kabinet, dat bijvoorbeeld ook onderzoeken van het Nibud laten zien dat door de stapeling van kosten mensen met een beperking echt in de problemen komen. Hoe het kabinet hierop bijstuurt, wordt later duidelijk.
Het was een mooie dag, met veel positieve voorbeelden. Er is nog veel werk te doen om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking gelijkwaardig kunnen meedoen. Hierin heeft iedereen een taak, maar de landelijke overheid mag hierin nadrukkelijker haar rol pakken, dat werd wel duidelijk.